Opleidingsvorm 1

In OV1 worden de leerlingen voorbereid om zo zelfstandig mogelijk te wonen en te leven in een beschermd milieu (dagcentrum,  tehuis niet-werkenden,…).  Het aanbod in OV1 is dan ook gericht op het aanbieden van een waaier van kansen zodat leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen en ontplooien, rekening houdend met de individuele sterktes en zwaktes.

Op basis van een CLB-attest komen leerlingen in OV1 terecht. Dit attest krijgen de leerlingen bij de overgang van het Buitengewoon Lager Onderwijs (BuBAO) naar het Buitengewoon Secundair Onderwijs (BuSO) of bij een attestwijziging wanneer de leerling reeds in het secundair zit.

OV 1 in onze school bestaat uit verschillende klassen: verzorgingsklassen ( senso-motorische klassen ), structuurklassen, autiklassen, communicatieklas, werkklas,… afhankelijk van niveau van functioneren, behoeftes en noden van elke individuele leerling.

Het lessenpakket in OV1 bestaat uit ASV.

Algemeen wil dit zeggen

ASV = Algemeen Sociaalgerichte Vorming bestaat uit de vakken levensbeschouwing (Rooms-Katholieke Godsdienst, Islamitische Godsdienst, Niet-Confessionele Zedenleer, Orthodoxe Godsdienst, Protestantse Godsdienst,…), taal, rekenen, wereldorientatie, maatschappelijke vorming, lichamelijke opvoeding en creatieve activiteiten (crea) met als doelstellingen:

  • Bevorderen van persoonlijke redzaamheid: persoonlijke hygiëne (o.a. tanden poetsen, handen wassen na toiletbezoek, douchen…), huishoudelijke taken (afwassen, afdrogen, op- en afruimen,…), eenvoudige maaltijden bereiden (pannenkoeken bakken, soep, pudding,…)

  • Bevorderen maatschappelijke redzaamheid: maatschappelijk lezen, gaan winkelen (in de winkel producten kunnen vinden, betalen aan de kassa, leren rekenen met de euro,…), gebruik van openbaar vervoer,…

  • Vrije tijd benutten: zichzelf nuttig kunnen bezig houden in zijn/haar vrije tijd; kunnen genieten van vrije tijd;…

  • Sensomotoriek: grove en fijne motoriek bevorderen; onderhouden van (motorische) vaardigheden.

  • Visuele, auditieve en  tactiele stimulatie: snoezelen, muzische vorming, sherborne,…

  • Leren genieten: snoezelen (leren genieten van de rust en stilte)

  • Leren experimenteren: o.a. aanbieden van verscheidene materialen tijdens het knutselen

  • Attitudes aanleren: zich op een sociaal aanvaardbare manier gedragen -elk volgens zijn eigen mogelijkheden ( beleefdheid, geduld, gezag aanvaarden,… ); aanleren van werkattitudes (nauwkeurigheid, orde,  concentratie gedurende een bepaalde periode, zelfstandig kunnen werken, kunnen communiceren,…)

  • Sociaal-emotionele vaardigheden: op sociaal aanvaardbare manier met elkaar omgaan; samen dingen doen;  zich goed voelen in de klas; gebruik van sociaal aanvaardbare taal; omgaan met kritiek, omgaan met conflicten; opbouwen van persoonlijke relaties;

  • Bevorderen van communicatie; zich kunnen uiten (met gebruik van hulpmiddelen: Spreken Met Ondersteuning van Gebaren, via praatcomputer, picto’s…); hulp kunnen vragen; gebruik van communicatiemiddelen: telefoneren, schrijven van mail…