Opleidingsvorm 2

In OV2 worden de leerlingen opgeleid om te wonen en te werken in een beschermd milieu. We trachten hen zo zelfstandig mogelijk te maken zodat ze slechts een minimum aan hulp nodig hebben in hun latere leven, rekening houdend met de individuele krachten en minder sterke kanten.

Op basis van een CLB-attest komen leerlingen in OV2 terecht. Dit attest krijgen de leerlingen bij de overgang van het Buitengewoon Lager Onderwijs naar het Buitengewoon Secundair Onderwijs of bij een attestwijziging wanneer de leerling reeds in het secundair zit.

OV2 in onze school bestaat uit drie klassen: Fase 1 A, Fase 1 B en Fase 2

Een leerling begint in Fase 1 A , schuift door naar Fase 1 B en eindigt in Fase 2. Hun lessenpakket omvat 2 vakken:  BGV en ASV.

Algemeen wil dit zeggen

BGVBeroeps Gerichte Vorming

Tijdens de lessen BGV werken wij aan technieken en vaardigheden zoals knippen, stickeren, industrieel poetsen, domeinonderhoud, mailing, assemblage-technieken, montage,…  en  trachten wij  zo de leerlingen voor te bereiden op tewerkstelling in een beschermd arbeidsmilieu. We werken vooral naar maatwerkbedrijven toe waar de leerlingen zullen gaan werken. Naargelang de persoonlijke voorkeur van de leerling zelf, kan er ook gewerkt worden naar bv. werken in  een groendienst, poetsdienst, werkatelier, …

De keuze van de leerling staat centraal, ook als hij opteert voor het gewone economische circuit. We streven telkens weer naar tewerkstelling op het einde van de schoolloopbaan. Tot op heden is ons dat steeds gelukt.

ASV = Algemene Sociaalgerichte Vorming

In ASV Streven we naar een maximale persoonlijke ontwikkeling in relatie tot de samenleving. De sleutelwoorden zijn hierbij : autonoom denken en handelen, participeren en communiceren.

We willen bereiken dat de leerlingen zich zelfstandig kunnen behelpen: in het verkeer, met openbaar vervoer, bij het maken van een afspraak bij de dokter, gemeente, politiekantoor en dergelijke, een vrije tijdsbesteding opnemen, een agenda  kunnen plannen en opvolgen, hulp kunnen vragen, hun geldzaken +/- kunnen beheren, zichzelf en hun omgeving kunnen verzorgen, gezond omgaan met lichaam en eten, zich vlot en beleefd kunnen uitdrukken... en tenslotte ook dat ze relaties kunnen aangaan en aanhouden in werkomgeving, sociaal en emotioneel kader.